George Robert Densmore George Robert Densmore

Graveyard / Begraafplaats: Gemeentelijke Begraafplaats Woensel "De Oude Toren"
Location / Locatie: JJB grave 70

Militairy Service / Krijgsdienst: Royal Canadian Air Force
Rang: Pilot Officer
Regiment: 429 Sqdn.
Number / Nummer: J/17486


Age / Leeftijd: 23
Date of death / Overlijdensdatum: 12/06/1943
Place of death / Overlijdensplaats: Zijtaart (Veghel)

Zoon van Wendell en Blanche Densmore.

Het vliegtuig, een Wellington, werd bestuurd door pilot Conroy en was op de weg naar een aanval op Düsseldorf, crashed om 01:15 bij Zijtaart (Veghel). Vetrokken van Vliegveld East Moor om 23:00.
5 militairen komen om, F/Sgt. R.F. Conroy overleefd en keert op 2 oktober 1943 terug in Engeland.

Conroy en zijn bemanning waren al eens eerder gecrasht, in de nacht van 5 op 6 maart 1943 na een raid op Essen. Daarbij viel één dode en raakten Conroy, Burns en Densmore gewond. Bij de crash in Zijtaart sneuvelden alle bemanningsleden, behalve Conroy, die er ook nog in slaagde uit handen van de Duitsers te blijven en terug te keren naar Engeland. Maar zijn geluk hield niet aan. Bij een aanval op Berlijn op 25 maart 1944 werd hij opnieuw neergeschoten en dit keer overleefde hij het niet (de rest van zijn bemanning overigens wél).
Het vliegtuig werd neergeschoten door de 31-jarige Duitse piloot Bruno Eickmeier van 2/JG1

W/O. J. Burns (RCAF) ligt begraven op de Canadese Begraafplaats in Groesbeek
Ten aanzien van de tijd van de crash verwachten wij niet dat zij ooit Düsseldorf gehaald hebben.

Sergeant Conroy beschrijft zijn tocht na de crash op 12 juni 1943.

De nacht was helder en de maan bijna vol. We waren juist naar een hoogte van ongeveer 17,000 voet geklommen voordat we de vijandelijke grens (de Nederlandse kust) overstaken waar we het gebruikelijke afweergeschut tegenkwamen en wat lichte ontwijkende manoeuvres maakten. We zagen een nep-vliegveld ongeer 2 kilometer ten zuidwesten van Oirschot met namaak vliegtuigen die eruit zagen alsof ze aan het opstijgen waren.

The Wellington bleef op ongeveer deze hoogte vliegen, en er gebeurde niets bijzonders totdat we in de buurt van Eindhoven kwamen, maar ik denk dat we op dit punt enkele kilometers ten noorden van de route vlogen.

Ik was juist begonnen aan een klim naar 19.000 voet en maakte slechts een lichte beweging, toen een aantal explosies direct beneden het vliegtuig plaats vonden. Ik dacht aan luchtafweergeschut. Ik zag alleen rode vonken en flitsen in zijn ooghoeken. Ik probeerde direct een ontwijkende beweging te maken, maar ontdekte dat ik geen controle meer had over het vliegtuig. Direct na de explosies was het vliegtuig in een duikvlucht naar beneden geraakt en buiten controle. Ik probeerde om het vliegtuig weer onder controle te krijgen, maar de bewegingen met de stuurknuppel hadden geen enkel effect op het vliegtuig en ik gaf bevel het vliegtuig te verlaten. De tijd tussen dat het vliegtuig geraakt werd en het bevel het vliegtuig te verlaten was minder dan een minuut.

Ik kreeg geen reactie op dit bevel van niemand van de rest van de bemanning, en ik dacht dat de intercom beschadigd was geraakt in de aanval. Ik verliet mijn stoel en opende de deur achter me. Ik zag een bemanninglid, ik denk dat het de navigator was, naar voren komen met zijn parachute aan. Omdat het vliegtuig nog steeds volledig stuurloos naar beneden dook, pakte ik in mij parachute van het rek en deed het aan. Ik zag dat het op twee plaatsen nogal gescheurd was. Toen opende ik het ontsnapluik en dook naar buiten met mijn hoofd eerst en mijn helm ap. Ik trok vrijwel direct aan het touw en de daling duurde ongeveer twee minuten. Ik landde in een zacht open veld ten zuiden van Eindhoven (moet zijn Zijtaart) en maakte een behoorlijke smak.

12 juni. Ik landde in een veld niet ver van de neergestortte Wellington (vlak bij Zijtaart enkele kilometers ten zuiden van Veghel). Ik begroef mijn parachute in de modder in een veld en droeg mijn ‘mae west’ totdat ik die ergens in een sloot kon verbergen. Toen begon ik in noord-westelijke richting te lopen, weg van het toestel, dat ongeveer 2 kilometer verderop aan het branden was. Ik liep door tot het ochtend werd en hield me de hele volgende dag verborgen midden in veld met hoog koren.

13 juni. Ongeveer een uur voordat het donker werd kwam ik uit het korenveld en begon te lopen totdat ik in de buurt van een dorp kwam. Daar hield ik me ’s nachts verborgen in een ander korenveld. ’s Morgens rond een uur of 10 begon ik weer te lopen, maar na ongeveer een uur kwam ik aan een verhardde weg met veel verkeer. (mogelijk de weg van Den Bosch naar Eindhoven). Ik besefte dat ik niet ongezien de weg over kon steken. Omdat ik nog steeds mijn uniform aan had hield ik me verstopt in een sloot langs de weg. Tot op dat moment had ik wart chocola gegeten van mijn ontsnappings kistje, en ik een paar koeien gemolken in mijn waterfles. Om 10 uur ’s avonds kwam ik uit de sloot, stak de weg over en ik liep de hele nacht door in noord-westelijke richting door de velden. Ik bleef de volgende dag (14 juni) de hele dag doorlopen.

14 juni. Om 2 uur ’s middags stopte ik bij een afgelegen boerderij. Ik hield de boerderij ongeveer een uur lang in de gaten en zag alleen een vrouw en twee kinderen. Ik zal ook dat er geen telefoondraad naar het huis liep. Het regende, ik had het koud en was hongerig. Ik ging naar het huis en kreeg wat te eten, nadat ik de vrouw duidelijk had weten te maken wie ik was. Ze was erg vriendelijk maar wilde me duidelijk niet in huis houden. Uiteindelijk zei ze dat er politiemannen in de buurt waren, maar ik denk dat dit slechts een smoesje was om mij kwijt te raken.

Ik liep weer verder in noordwestelijke richting tot ongeveer 10 uur ’s avonds. Ik stopte bij een andere afgelegen boerderij. De enige mensen die ik er zag was een vrouw en een klein meisje, maar toen ik naar binnen ging, zag ik dat er twee mannen waren. Zonder te zeggen wie ik was, vroeg ik om wat eten. Ze herkenden mijn uniform niet, ik had er de insignes afgehaald. Toen sprak ik met een van de mannen alleen, en ik wees op een verwijzing naar de Britten in een krant die ik twee dagene erder in het veld gevonden had. Toen ze ontdekten dat ik een Brit was gaven ze me een goede maaltijd.

Na ongever een uur gingen de twee mannen weg en ze kwamen terug met een man van de naburige plaats Oirsschot, ongveer 10 kilometer ten zuidoosten van Tilburg. Toen ik de man (mogelijk veearts Dr. Roelvink) vertelde dat ik naar Spanje wilde, zei hij dat dat onmogelijk was, en hij stelde voor daar te bliijven gedurende de rest van de oorlog, of anders om te proberen naar Zwitserland te gaan. Toen ik bleef aandringen dat ik naar Spanje wilde gaan, name hij me mee naar eeb ander huis in hetzelfde dorp (ten oosten van Oirschot). Daar sliep ik die nacht in een schuur.

15 juni. De volgende dag bracht de man uit Oirschot me burgerkleren en nam me ’s middags mee naar zijn huis. We gingen met de auto naar Esbeek aan de Belgische grens, ongeveer 12 kilometer ten noord-oosten van Tilburg, waar hij me achterliet in een restaurant. (waarscshijnlijk vakantiehotel Rustoord). Om 8 uur name een Nederlandse politieman (marechausee, in dit geval Karst Smit van de Smit – Van der Heijden groep) een pasfoto van me mee om voor mij een Belgisch identiteitskaart te regelen. Ik sliep de nacht in het huis van de eigenaar van het restaurant.

Een van de Nederlandse politiemannen vertelde me dat RAF piloten die door een politieman in Nederland gestopt wordt, zich direct moet identificeren. Hij vertelde van een geval dat een RAF piloot opgepakt was door een agent en zijn identiteit verborgen hield. Hij werd toen naar het hoofbureau van de politie gebracht, waar de agent niets meer kon doen om te voorkomen dat hij aan de Duitsers overgeleverd zou worden. Als hij meteen gezegd had wie hij was, dan had de politieman hem over de grens gebracht.

Om 8 uur ’s avonds nam de politieman me mee naar een gegraven hol in de bossen ten zuiden van Esbeek (landgoed de Utrecht) waar vier nederlandse studenten zich verborgen hielden om de werkverschaffing in Duitsland te ontlopen. Ik bleef bij hen tot de 18e ’s morgens.

18 juni. Om 5 uur ’s morgens nam een andere politieman me per fiets mee naar een plaats in een bos op ongeveer 2 kilometrer afstand van de Belgische grens. Vanaf hier liepen we naar de grens, waar de eerste politieman dienst deed. Hij gaf me een Belgische identiteitskaart en gaf me over aan een smokkelaar (Vos, Jos van der Heijden) en zijn zoon (Eugene van der Heijden). De laatste, een student die Engels sprak, nam me mee over de grens naar een dorp (Weelde), vanaf waar we met de tram naar Turnhout gingen. Via Antwerpen gingen we naar Brussel waar we rond de middag arriveerden. (In Brussel was hij overgedragen aan Marie Krauss, een mode-ontwerper, die op dat moment de contact-persoon was voor de Nederlandse Hilvarenbeek groep).In Brussel ontmoette ik sergeant Bailey, ook van het 429 squadron in Brussel. Hij vertelde me dat ook hij in dezelfde nacht neergeschoten was door een jager in de buurt van de Belgisch-Nederlandse grens, en dat drie van zijn bemanningsleden gevangen genomen waren. In Brussel werd me ook verteld dat een van mijn bemanningsleden gevangen genomen was.

Vanaf hier was mijn reis georganiseerd door de organisatie van verschillende afdelingen van het ondergronds verzet.

Mensen als hij werden doorgegeven van de ene persoon naar de andere, zonder dat men meer wist dan de volgende contactpersoon. Vaak werd een piloot pas opgepikt als degene die hem ergens afgeleverd had het gebied alweer verlaten had. Via de ene na de andere afdeling aan wie zij steeds overgedragen werden, bereikte Conroy eind september Gibraltar en vanaf daar keerde hij terug naar Engeland.

Op de foto’s:

  • Chrashsite HE593 in situatie 2005
  • Burns, Densmore, Knott, Godden en Conroy. Dit is een foto van een eerdere vlucht van Conroy. Op de fatale vlucht van 12 juni 1943 waren Knott en Godden er niet bij. Burns en Densmore wél, zij kwamen daarbij om net als Leitch en Nelson.
  • Bruno Eikmeier

  • Related / Gerelateerde
    Glenn Arthur Leitch - Warrant Officer Class I
    Gordon Arthur Nelson - Warrant Officer

    Additional information?

    Graves Foundation Brabant is continuously looking for possible new additional information on the grave of the person.
    If you are in possession of pictures, facts or stories about this particular grave or person and you want to share this with us, do not hesitate to click on the link below.
    Click to share additional information.

    Aanvullende informatie?

    De Gravenstichting Brabant is continue op zoek naar mogelijk nieuwe aanvullende informatie over het graf of de persoon.
    Bent u in het bezit van foto's, weetjes of verhalen over dit specifieke graf of de persoon en bent u bereid om dit met ons te delen, aarzel dan niet en klik op onderstaande link.
    Klik hier om aanvullende informatie te delen.
    Totaal aantal graven
    689
    Totaal geadopteerd
    24


    Laatste updates
    Pearl, J.A.
    Moss, R.W.
    Murray, D.E.
    Morris, W.R.
    Taylor, C.F.
    Macpherson, J.B.A.
    Proctor, F.
    Marrows, B.
    Harvey, B.M.
    Thomas, B.H.

    Share This