De Medaille van het Britse Rijk (Engels: “British Empire Medal”) werd op 29 december 1922 ingesteld. De medaille was de opvolger van de Medaille van de Orde van het Britse Rijk (“Medal of the Order of the British Empire”) uit 1907. De medaille is verbonden met de in 1917 ingestelde Orde van het Britse Rijk. In de periode tot de de kolonisatie werd een Britse onderscheiding in het hele Britse Gemenebest en het koloniale rijk, dus ook in de Dominions Canada, Australië en Nieuw-Zeeland toegekend. Na de Tweede Wereldoorlog hebben een aantal landen hun eigen onderscheidingen en orden ingesteld. Toch zijn er nog landen die de Medaille van het Britse Rijk uitreiken. Daaronder zijn Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines en Papoea-Nieuw-Guinea, de Bahama’s en de Cookeilanden. Het Verenigd Koninkrijk zelf kent de medaille niet meer toe.

Dragers mogen de letters B.E.M. achter hun naam dragen. Er zijn drie uitvoeringen van deze zilveren medaille:

De Medaille van het Britse Rijk in de Civiele Divisie

Deze medaille wordt aan een donkerroze lint met twee grijze biezen gedragen. De dragers van deze “Medal of the Most Excellent Order of the British Empire for Meritorious Service” of kortweg de “British Empire Medal”, dragen de letters B.E.M. achter hun naam.Op de keerzijde wordt de volledige naam gegraveerd.

De Medaille van het Britse Rijk in de Militaire Divisie

Deze medaille wordt aan een donkerroze lint met twee grijze biezen en een grijze middenstreep gedragen. Op de keerzijde worden rang, voornaam, achternaam en dienstnummer gegraveerd.

De Medaille van het Britse Rijk voor Dapperheid

De dragers van deze “Medal of the Most Excellent Order of the British Empire for Gallantry” of kortweg de “Empire Gallantry Medal”, dragen de letters E.G.M. achter hun naam. Sinds 1957 draagt men twee gekruiste zilveren eikenbladeren op het lint van de medaille en het baton.

Wanneer de medaille meerdere malen wordt toegekend draagt men een zilveren gesp op het lint. Afgezien van het lint zijn al deze medailles gelijk. De grijze middenstreep werd in 1938 ingesteld. In dat jaar veranderde de kleur van het lint van purper in roze.

In 1940 werden het George Cross en de George Medal ingesteld om verleend te worden aan moedige burgers. De Medaille van het Britse Rijk werd in het vervolg toegekend voor dapperheid die niet zo opmerkelijk was dat men er de George Medal voor kon toekennen. In 1940 vroeg men de dragers van de Medaille van het Britse Rijk, voor zover die onderscheiding voor dapperheid werd verleend, om hun medaille in te ruilen voor een George Cross. Pas in 1977 werden ook de dragers van de veel hoger geachte Albert Medaille voor bijvoorbeeld redding op zee, en de Edward Medaille voor riskante reddingsacties in mijngangen gevraagd om hùn medailles in te ruilen voor een George Cross. Niet iedereen is daarop ingegaan

In de Tweede Wereldoorlog werden 1236 medailles toegekend waarvan slechts 34 voor dapperheid werden verleend.

De medaille

Op de voorzijde van de massief zilveren medaille staat Britannia afgebeeld onder een zonneschijf met stralen. Het randschrift luidt “FOR GOD AND THE EMPIRE” en daaronder staat ofwel “FOR MERITORIOUS SERVICE” of “FOR GALLANTRY” .

Op de keerzijde staat het koninklijk monogram.

GVRI
GVIRI
GVIR
EIIR

Tijdens de korte regering van Edward VIII konden geen medailles worden geslagen. Onder kroon en monogram staat op de keerzijde de tekst “INSTITUTED BY KING GEORGE V” binnen een ring van vier heraldische leeuwen.

De medaille is met een fraai bewerkte draaiende zilveren gesp met het lint verbonden.

Men draagt de medaille op de linkerborst of opgemaakt als een strik op de linkerschouder van een dame. Op uniformen wordt een baton gedragen waarop ook de zilveren eikenbladeren in een verkleinde versie kunnen worden vastgepind. Op een rokkostuum of een gala-uniform. met name een “Mess dress” kan men de medaille ook als miniatuur dragen.

In 2004 werd een rapport van Sir Hayden Phillips over de Orde van het Britse Rijk door een commissie van het Britse Lagerhuis besproken. De parlementariërs pleitten voor een naamsverandering; “Order of British Excellence” zou beter in deze tijd passen. Deze aanbevelingen werden door de regering niet overgenomen. De aanbeveling van Sir Hayden om net als in Europese landen (en Canada) een draagteken (knoopgatversiering) voor op het revers in te voeren werd in 2007 gerealiseerd. De Britse regering koos niet voor een systeem met rozetten en gouden en zilveren galons zoals in Nederland gebruikelijk is maar voerde een rozet in dat door alle rangen èn de medailles zal mogen worden gedragen.




Het Distinguished Flying Cross, is een hoge Engelse onderscheiding voor daden die getuigen van moed en doorzettingsvermogen tijdens gevechtsvluchten (Engels: “an act or acts of valour, courage or devotion to duty whilst flying in active operations against the enemy”). De onderscheiding werd tot 1993 alleen aan officieren toegekend. Voor hun ondergeschikten was er de “Distinguished Flying Medal”. Er is ook een Air Force Cross voor dapperheid die niet in de lucht tentoon werd gespreid.

Het Distinguished Service Cross van de marine en het Military Cross van de landmacht worden geacht gelijk in rang aan het Distinguished Flying Cross te zijn. De Distinguished Service Order en het in 1993 ingestelde Conspicuous Gallantry Cross zijn hoger geklasseerd.

Het kruis werd op 3 juni 1918, vrijwel gelijktijdig met de geboorte van de RAF ingesteld door Koning George V van het Verenigd Koninkrijk. De onderscheiding werd behalve aan Britse piloten en op vliegtuigen geplaatste manschappen van andere wapens ook aan vliegeniers van bondgenoten en landen die deel uitmaken van het Gemenebest toegekend.
Het Victoria Cross en de DSO met gesp van Guy Gibson VC, DSO, DFC zijn opgemaakt in de Britse hofstijl. Hij draagt een gesp op het lint van zijn Distinguished Flying Cross.

In de Eerste Wereldoorlog werden 1100 kruisen verleend. zeventig mannen kregen de onderscheiding tweemaal en zeven kregen een derde Distinguished Flying Cross toegekend.Zij droegen een of twee gespen op het lint en een of twee zilveren rozen op het baton.

In de Tweede Wereldoorlog werden 20.354 kruisen, 70 eerste en 42 tweede gespen toegekend. 964 piloten van de geallieerde luchtmachten waaronder Jan Bosch. Erik Hazelhoff Roelfzema en Robbert van Zinnicq Bergmann kregen een “honorair” Distinguished Flying Cross.

Ook de twee Golfoorlogen en de Falkland-oorlog leverden piloten een DFC op.

Dragers mogen de letters “DFC” achter hun naam plaatsen.

De Medaille

Het kruis is in een ongeëmailleerd massief zilveren “kruis fleury” en iets meer dan drie centimeter breed. De gespen die als bevestiging dienen zijn van zilver, de bovenste gesp draagt een roos als versiering.

In het midden van het kruis waarvan de armen uit propellerbladen bestaan is een lauwerkrans met daarbinnen het insigne van de RAF aangebracht. Daarboven is de Britse Keizerlijke kroon in reliëf afgebeeld.

De keerzijde draagt het monogram van de regerende koning of koningin. Het jaar waarin het kruis wordt toegekend wordt op de onderste arm gegraveerd.
Het lint was in 1918 wit met brede horizontale paarse strepen. In 1919 veranderde het lint; het werd nu wit met diagonale paarse strepen.

Trivia

Voor een verdienste die niet in gevechtsvluchten plaatsvindt is er een Air Force Cross beschikbaar. Prins Bernhard der Nederlanden heeft het Distinguished Flying Cross in 1941 als model gebruikt voor een Nederlands Vliegerkruis in zilver en goud. Het zilveren kruis zou overeenkomen met het Air Force Cross. De zuinige Nederlandse regering volgde zijn suggestie maar half en stelde voor beide verdiensten één enkel zilveren Vliegerkruis in.

Ook de Verenigde Staten en India kennen een Distinguished Flying Cross.




Het Distinguished Flying Cross, is een hoge Engelse onderscheiding voor daden die getuigen van moed en doorzettingsvermogen tijdens gevechtsvluchten (Engels: “an act or acts of valour, courage or devotion to duty whilst flying in active operations against the enemy”). De onderscheiding werd tot 1993 alleen aan officieren toegekend. Voor hun ondergeschikten was er de “Distinguished Flying Medal”. Er is ook een Air Force Cross voor dapperheid die niet in de lucht tentoon werd gespreid.

Het Distinguished Service Cross van de marine en het Military Cross van de landmacht worden geacht gelijk in rang aan het Distinguished Flying Cross te zijn. De Distinguished Service Order en het in 1993 ingestelde Conspicuous Gallantry Cross zijn hoger geklasseerd.

Het kruis werd op 3 juni 1918, vrijwel gelijktijdig met de geboorte van de RAF ingesteld door Koning George V van het Verenigd Koninkrijk. De onderscheiding werd behalve aan Britse piloten en op vliegtuigen geplaatste manschappen van andere wapens ook aan vliegeniers van bondgenoten en landen die deel uitmaken van het Gemenebest toegekend.
Het Victoria Cross en de DSO met gesp van Guy Gibson VC, DSO, DFC zijn opgemaakt in de Britse hofstijl. Hij draagt een gesp op het lint van zijn Distinguished Flying Cross.

In de Eerste Wereldoorlog werden 1100 kruisen verleend. zeventig mannen kregen de onderscheiding tweemaal en zeven kregen een derde Distinguished Flying Cross toegekend.Zij droegen een of twee gespen op het lint en een of twee zilveren rozen op het baton.

In de Tweede Wereldoorlog werden 20.354 kruisen, 70 eerste en 42 tweede gespen toegekend. 964 piloten van de geallieerde luchtmachten waaronder Jan Bosch. Erik Hazelhoff Roelfzema en Robbert van Zinnicq Bergmann kregen een “honorair” Distinguished Flying Cross.

Ook de twee Golfoorlogen en de Falkland-oorlog leverden piloten een DFC op.

Dragers mogen de letters “DFC” achter hun naam plaatsen.

De Medaille

Het kruis is in een ongeëmailleerd massief zilveren “kruis fleury” en iets meer dan drie centimeter breed. De gespen die als bevestiging dienen zijn van zilver, de bovenste gesp draagt een roos als versiering.

In het midden van het kruis waarvan de armen uit propellerbladen bestaan is een lauwerkrans met daarbinnen het insigne van de RAF aangebracht. Daarboven is de Britse Keizerlijke kroon in reliëf afgebeeld.

De keerzijde draagt het monogram van de regerende koning of koningin. Het jaar waarin het kruis wordt toegekend wordt op de onderste arm gegraveerd.
Het lint was in 1918 wit met brede horizontale paarse strepen. In 1919 veranderde het lint; het werd nu wit met diagonale paarse strepen.

Trivia

Voor een verdienste die niet in gevechtsvluchten plaatsvindt is er een Air Force Cross beschikbaar. Prins Bernhard der Nederlanden heeft het Distinguished Flying Cross in 1941 als model gebruikt voor een Nederlands Vliegerkruis in zilver en goud. Het zilveren kruis zou overeenkomen met het Air Force Cross. De zuinige Nederlandse regering volgde zijn suggestie maar half en stelde voor beide verdiensten één enkel zilveren Vliegerkruis in.

Ook de Verenigde Staten en India kennen een Distinguished Flying Cross.




De Distinguished Flying Medal (DFM) is een Britse onderscheiding. De decoratie werd ingesteld om onderofficieren en manschappen die zich tijdens een vlucht dapper betoonden passend te kunnen decoreren. Voor dapperheid op de grond zijn er het Air Force Cross en de Air Force Medal. Luchtmachtpersoneel dat officier was ontving in vergelijkbare gevallen voor hun moed tijdens het vliegen het Distinguished Flying Cross. In 1993 werd het Britse militaire decoratiestelsel hervormd, het AFC en DFC bleven bestaan maar de corresponderende medailles werden door het nieuwe Conspicuous Gallantry Cross vervangen. Het Nederlandse Vliegerkruis is op het Air Force Cross en het Distinguished Flying Cross geïnspireerd en verenigt de karakteristieken van beide Britse kruisen en van de twee medailles.

De langwerpige zilveren medaille wordt aan een diagonaal paars gestreept lint en een rijk versierde zilveren beugel op de linkerborst gedragen. Herhaalde toekenning worden aangeduid met een zilveren gesp op het lint en een kleine zilveren roos op het baton.

Op de voorzijde staat het portret van het Britse staatshoofd. Er zijn medailles met het portret van George V, George VI en Elizabeth II. Op de keerzijde is een zittende godin afgebeeld.

De medaille was bestemd voor Britse mitairen en militairen uit het Gemenebest. Het criterium voor toekenning was ‘exceptional valour’, courage or devotion to duty whilst flying in active operations against the enemy.

De medaille werd op 3 juni 1918 ingesteld en in 1993 afgeschaft. De Conspicuous Gallantry Medal is hoger in rang. De Distinguished Service Medal, de Military Medal en de Air Force Medal zijn in rang gelijk aan de Distinguished Flying Medal. De kleine zilveren of bronzen lauwertak van een in een Dagorder genoemde persoon is lager in rang.

Het Distinguished Flying Cross wordt nu, in plaats van de medaille, aan alle rangen in de luchtmacht en aan personeel van landmacht en marine voor zover die een taak in een vliegtuig hebben, uitgereikt.

Tijdens en na de Eerste Wereldoorlog werden 105 medailles en twee gespen uitgereikt. De felle luchtoorlog in de Tweede Wereldoorlog bracht 6,637 verleningen en 60 gespen met zich mee. Van deze medailles werden 165 stuks verleend aan piloten en manschappen van buiten het Gemenebest.

De enige militair met twee gespen op het lint van zijn Distinguished Flying Medal was de Britse Flight Sergeant Donald Ernest Kingaby die zijn tweede gesp voor een derde toekenning in november 1941 ontving. Hij heeft in de Tweede Wereldoorlog 21 Duitse vliegtuigen neergeschoten.

Net als bij het Distinguished Flying Cross werd de warrant in 1932 gewijzigd. De kwalificatie was nu “for exceptional valour, courage or devotion to duty whist flying in active operations against the enemy”. De medaille werd in 1971 voor het laatst aan een Australiër uitgereikt. De Australische luchtmacht vocht in Vietnam en ondersteunde de Zuid-Vietnamezen in hun strijd tegen de noordelijke communistische agressie. In totaal werden 436 Distinguished Flying Medals en twee gespen aan het personeel van de Royal Australian Air Force uitgereikt.

In het conflict om de Falklandeilanden werd de Distinguished Flying Medal eenmaal verleend.

De medaille

Een ovale zilveren medaille met een breedte van 35 millimeter en een hoogte van 41 millimeter. Op de voorzijde is de regerende vorst afgebeeld.
Op de keerzijde is binnen een lauwerkrans Athena Nike, een aan de overwinning in de strijd gewijde godin, zittend op een vliegtuig en met een roofvogel in de hand afgebeeld. De tekst luidt “FOR COURAGE”.

Het 32 millimeter brede lint was tot 1919 wit met brede horizontale paarse strepen. Sinds 1919 zijn de strepen paars in een hoek van 45 graden.




De regerende koning is grootmeester van de orde en de leden heten “companions”, een hoge rang in de Britse onderscheidingen. Zij plaatsen de letters D.S.O. achter hun naam. Tot voor enige jaren verleenden ook de in personele unie met het Verenigd Koninkrijk verbonden landen als Australië en Nieuw-Zeeland deze ridderorde. Meestal werd de DSO aan majoors en hogere officieren toegekend, maar er zijn ook gevallen bekend waarbij de DSO als een “net-geen-Victoria-Kruis” ook aan bijzonder dappere lagere officieren werd toegekend.

Koningin Victoria stelde de orde op 6 september 1886 in als een beloning voor verdienstelijk en voornaam (“meritorious or distinguished”) optreden door officieren tijdens een oorlog en vooral in gevecht met de vijand. Tijdens de opstand in Brits-Indië was duidelijk geworden dat er naast het Victoria Cross en de Orde van het Bad behoefte was aan een militaire onderscheiding. In de Eerste Wereldoorlog werden 8981 van deze orden verleend. In een aantal gevallen werden ook stafofficieren gedecoreerd en nadat daarover aan het front veel gemor was ontstaan, werden de commandanten in 1917 geïnstrueerd om alleen nog officieren die onder vuur hadden gelegen voor te dragen. Tot 1943 moesten de voorgedragen officieren ook in een dagorder zijn vermeld.

In de Tweede Wereldoorlog werd de onderscheiding 870 maal aan officieren van de Luchtmacht toegekend. Tweeënzestig van hen ontvingen de onderscheiding tweemaal en droegen daarom een gouden gesp met een kroon op het lint van hun onderscheiding. Acht piloten kregen deze orde driemaal en de twee piloten die een derde maal de DSO ontvingen, droegen drie gespen.

Sinds 1993 wordt de orde alleen nog voor voorname dienst met uitmuntend leiderschap en dito bevelvoering aan alle officiersrangen verleend. Sinds een nieuwe onderscheiding, het Conspicuous Gallantry Cross, werd ingesteld als een algemene dapperheidsonderscheiding, werd de DSO weer als vanouds uitsluitend aan hogere officieren toegekend.




Een soldaat “mentioned in despatches” was iemand die werd genoemd in een schriftelijk rapport van een bevelvoerend officier wat aan een hoge commandant werd gestuurd. Het rapport beschreef de ‘meritorious action’ in het zicht van de vijand. Een soldaat “mentioned in despatches” heeft niet noodzakelijkerwijs een medaille ontvangen voor zijn actie, maar kon een certificaat ontvangen en een decoratie dragen. Voor 1979 was “mentioned in despatches” een van de weinige onderscheidingen welke posthuum konden worden toegekend. Soldaten konden meerdere malen vermeld worden als “mentioned in despatches”.



Onder vermeldingen van toegekende medailles zijn ook begrepen vermeldingen van erg hoge onderscheidingen als bijvoorbeeld “The George Cross” of “Victoria Cross”. De meeste andere vermeldingen bestonden uit een lijst zonder enig citaat of uitleg waarom the onderscheiding was uitgereikt.





Orde van het Britse Rijk

De Orde van het Britse Rijk (Engels: The Most Excellent Order of the British Empire, afkorting: OBE) is een Britse ridderorde, opgericht op 4 juni 1917 door koning George V. In principe wordt de onderscheiding toegekend aan staatsburgers van het Verenigd Koninkrijk of andere landen waarvan de Britse koningin het staatshoofd is, maar ook inwoners van andere landen kunnen deze onderscheiding ontvangen.
In 1918 werd de orde in een militaire en een civiele afdeling “Division” genoemd gesplitst. De kleinoden en sterren zijn voor beide divisies, de Militaire Divisie en de Civiele Divisie gelijk maar de militairen dragen een lint met een dunne grijswitte middenstreep.
De Orde kent een soeverein, een grootmeester (prins Philip, hertog van Edinburgh) en vijf graden. Zijn voorgangers waren Edward, prins van Wales (1917–1936) en Queen Mary (1936–1953).

Het motto van de orde is “For God and the Empire”.

De vijf rangen van de Orde van het Britse Rijk

De souverein van de Orde van het Britse Rijk is de koning of regerende koningin van het Verenigd Koninkrijk.

De Britse regering benoemt een grootmeester, sinds 1953 is dat prins Philip, hertog van Edinburgh. Officieel is hij Grand Master and First and Principal Knight Grand Cross of the Most Excellent Order of the British Empire. Hij draagt bij veel gelegenheden behalve de ster van de Orde van de Kousenband en de ster van de Orde van de Distel ook de ster van de Orde van het Britse Rijk. Er is geen bijzonder versiersel voorzien voor de grootmeester en eerste grootkruis.

Ridder en dame-grootkruis
De ridders en dames-grootkruis (Knights en Dames Grand Cross) dragen het kruis van de orde aan een keten of aan een breed lint over de rechterschouder. Op de linkerborst dragen de grootkruisen een zilveren ster. De grootkruisen dragen bij bijzondere gelegenheden een roze satijnen met parelgrijs satijn gevoerde mantel met de ster van de orde op de linkerschouder. Zij mogen de letters GBE achter hun naam plaatsen en verkrijgen de persoonlijke adeldom. Dat houdt in dat de echtgenote of weduwe van een Knight Grand Cross “Lady …..” genoemd wordt.

Ridder en dame-commandeur
De ridders en dames-commandeur (Knights en Dames Commander) dragen het kruis van de orde aan een lint om de hals. Op de linkerborst dragen zij een zilveren plaque. Zij mogen de letters KBE (Knights) of DBE (Dames) achter hun naam plaatsen en verkrijgen de persoonlijke adeldom (en mogen het predicaat Sir of Dame voeren). Dat houdt in dat de echtgenote of weduwe van een Knight Commander “Lady …..” genoemd wordt.

Commandeur
De commandeurs (Commanders) dragen het kruis van de orde aan een lint om de hals of, in het geval van dames, aan een strik op de linkerschouder. Zij mogen de letters CBE achter hun naam plaatsen.

Officier
De officieren (Officers) dragen het gouden, niet geëmailleerde, kruis van de orde aan een lint of strik op de linkerschouder. Zij mogen de letters OBE achter hun naam plaatsen.

Lid
De leden (Members) dragen het zilveren, niet geëmailleerde, kruis van de orde aan een lint of strik op de linkerschouder. Zij mogen de letters MBE achter hun naam plaatsen.

De ketens worden in bruikleen gegeven, alle andere versierselen zijn eigendom van de gedecoreerde personen.

De Medaille
Tweemaal de medaille, voor verdienste en voor dapperheid

Aan de orde is ook een medaille, de British Empire Medal, voor 1922 Medal of the Order of the British Empire geheten, verbonden die aan het lint van de orde worden gedragen. Militairen dragen een lint met een smalle grijswitte middenstreep. Het is (ook voor buitenlanders) gebruikelijk om de letters “B.E.M.” achter de naam te plaatsen.
Wanneer deze medaille, die ook naast de orde kan worden gedragen en verleend, voor dapperheid werd toegekend worden op het lint twee ineengestrengelde zilveren eikenbladeren bevestigd.

Op de medaille is een zittende Brittania afgebeeld onder een zon. Op de afsnede van de medaille is ruimte voor de tekst “MERITORIOUS SERVICE” of “GALLENTRY”.

De medaille kreeg sterk het karakter van een “medaille voor de gewone man”. De zeer standsbewuste Britse regering verleende de medaille aan personen die niet voor een ridderorde in aanmerking kwamen, bijvoorbeeld omdat zij met hun handen werkten. De dragers van de medaille waren dan ook geen lid van de Orde van het Britse Rijk.

De medaille voor moed was zeer in aanzien en werd alleen na bijzondere daden die getuigden van dapperheid en opofferingsgezindheid uitgereikt. De dragers van de medaille kregen gelegenheid om de medaille in te ruilen voor een George Cross, de op één na hoogste Britse onderscheiding. Niet iedereen heeft daar gebruik van gemaakt.

In het Verenigd Koninkrijk werd de medaille tussen 1992 en 2012 niet meer verleend, een aantal landen van het Gemenebest kende deze onderscheiding nog wel toe. Daaronder zijn Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines en Papoea-Nieuw-Guinea, de Bahama’s en de Cookeilanden.

In 2012 kwam de conservatieve regering van premier Cameron terug op het besluit van de regering-Major. John Major had het element van klasse-onderscheid willen verminderen door de medaille te schrappen. In de Birthday Honours List van 2012 keerde de medaille weer terug als “working-class” honour”[1]. De herintroductie werd goed ontvangen.
De titels en afkortingen
Ster van ridder Grootkruis

Iedereen die in de Orde van het Britse Rijk is opgenomen is gerechtigd de afkorting van de verkregen rang, zogeheten postnominale letters achter zijn naam te zetten. Dat geldt ook voor de buitenlandse “honoraire” leden. Ook in de Verenigde Staten van Amerika worden deze letters gebruikt. De buitenlandse leden verkrijgen geen Britse adeldom. Toch is het niet ongebruikelijk om een honorair ridder-commandeur of honorair ridder-grootkruis beleefdheidshalve met “Sir” of “Dame” aan te spreken[2].

De hoogste twee rangen zijn ‘knightly’, wat wil zeggen dat er een adellijke, ridderlijke titel aan is verbonden: heren plaatsen de titel Sir voor hun naam en dames de titel Dame (met de afkorting van rang achter de naam). Het is hierbij de gewoonte dat de echtgenote van een ‘knight’ de titel Lady voert (zoiets geldt echter niet voor de echtgenoot van een ‘dame’). Knights en Dames Grand Cross en Knights en Dames Commander die geen onderdanen zijn van de Britse koningin (m.a.w. geen Britse staatsburger of van een ander land waarvan de koningin de staatshoofd is) mogen niet de ridderlijke titel voeren. Voorbeeld is Bill Gates die geridderd was tot Knight Commander of the British Empire en zich dus niet “Sir William” mag noemen maar wel “William Henry Gates III, KBE” (tenzij hij zich laat naturaliseren tot Brits staatsburger).
De onderscheiding van dame-commandeur wordt veel vaker verleend dan die van ridder-commandeur. Dat komt doordat hooggeplaatste vrouwelijke rechters geen Knight Bachelor (ridder, maar niet in een ridderorde) kunnen worden zoals hun mannelijke collegae. Zij worden daarom in de Orde van het Britse Rijk benoemd.
De postnominale letters
Linten van de civiele en militaire divisies van de Orde van het Britse Rijk.

In het Verenigd Koninkrijk en in het Gemenebest is het gebruikelijk om het bezit van onderscheidingen, titels en lidmaatschap van bepaalde instituten aan te duiden met postnominale letters achter de naam. Voor de Orde van het Britse Rijk zijn de volgende postnominale letters voorgeschreven:

GBE
KBE en DBE
CBE
OBE
MBE

De letters GMBE (Grand Master of the Order of the British Empire) zijn niet gebruikelijk,
De versierselen van de orde van het Britse Rijk
Ster van een ridder-commandeur

het kruis is een gouden, lichtblauw geëmailleerd kruis met afgeronde punten. In het midden is een gouden medaillon geplaatst met de portretten van de gekroonde George V en koningin Mary. Daaromheen is een rode band met het motto van de orde in gouden letters gelegd. Op de keerzijde is het gouden monogram van George V als koning en keizer van het Verenigd Koninkrijk en India aangebracht. Boven het kleinood is als verhoging een gouden kroon aangebracht.

Het grootkruis is vrij zwaar en groot maar de kruisen worden steeds iets kleiner bij de lagere rangen in de orde. Voor 1937 was Brittania, de Britse maagd, afgebeeld in het medaillon. Het lint was tot 1937 paars of in de Militaire Divisie, paars met een brede rode streep in het midden.

De gouden geëmailleerde keten heeft elf grote en twaalf kleine schakels. De grote schakels stellen zeeleeuwen met drietanden voor, de kleinere schakels tonen het koninklijk wapen en de initialen “GRI”.

De ster is van zilver en heeft acht punten Op de ster is het medaillon van de orde gelegd.

De plaque is van zilver en heeft vier kort en vier lange stralen. Op de plaque is het medaillon van de orde gelegd.

Het lint was tot 1937 paars maar is nu rozerood met parelgrijze randen. De militaire divisie kent een grijze middenstreep die vroeger rood was. De mantel was bij de oprichting van paars satijn maar werd in 1937 opnieuw ontworpen, nu in roze zijde.

Op de zilveren medaille is Brittania afgebeeld. Rondom haar is de tekst “For God and the Empire” en “For Merituous Service” (voor verdienstelijke dienst) geplaatst. Op de keerzijde staat het monogram van de stichter.

Alle graden en de medaille worden op rokkostuum en soms op smokingjasjes als miniaturen gedragen. Militairen dragen modelversierselen, opgemaakte versieringen, miniaturen of, op dagelijks uniform, een baton.
De beambten of officieren van de orde van het Britse Rijk

De Britse orden kennen “officers” die de orde besturen en de ceremoniële taken vervullen. De Orde van het Britse Rijk kent als enige orde officieren als graad in de orde en daarom heten de “officers” hier “officials”. Er is een prelaat, dat is de bisschop van Londen, een deken, een secretaris, een archivaris, een wapenkoning en een ceremoniemeester, de “Gentleman Usher of the Purple Rod”. Er zijn in de 20e eeuw vijf purple rods geweest, de huidige purple rod is sinds 30 november 2000 Alexander Graham. Zijn voorgangers werden allen als ridder-grootkruis in de orde opgenomen.
De geschiedenis van de Orde van het Britse Rijk
Keten en ster

De orde is de meest recente en heeft meer leden dan de andere Britse ridderorden. Koning George V stelde de orde in omdat zijn land in de Eerste Wereldoorlog democratischer was geworden en een onderscheiding nodig was voor de talloze mensen die zich voor de koning en het rijk hadden ingezet. De orden van het Bad en Sint-Michael en Sint-George werden alleen aan de regerende elite verleend. In de eerste jaren na de oprichting werd door velen erg op de Orde van het Britse Rijk neergekeken.

De instelling van een nieuwe ridderorde van de Britse staat, voor het eerst sinds honderd jaar, was het antwoord op de ongeëvenaarde wijze waarop de Britse bevolking in de Eerste Werteldoorlog bij de oorlogsvoering werd betrokken. Voor het eerst was de oorlog geen zaak van huurlingen en adellijke officieren die een kabinetsoorlog uitvochten, voor het eerst werd de gehele de bevolking in de oorlogsvoering betrokken. De totale oorlogen van de 20e eeuw vroegen om grotere offers, aan het front en aan het thuisfront, dan ooit tevoren. De Orde van het Britse Rijk was de eerste Bitse ridderorde waarin ook vrouwen werden opgenomen. De orde werd ook gebruikt om vreemdelingen te belonen die de Britten in de strijd, voornamelijk tegen Duitsland en Turkije, hadden bijgestaan. In het begin van de oorlog was het voor de ambtenaren in Londen een bittere pil dat het leger en de marine zo’n groot beslag legden op de enige beschikbare orden, de exclusieve Orde van het Bad en de even aanzienlijke Orde van Sint-Michaël en Sint-George.

In 1918 werd de Orde van het Britse Rijk in een Militaire Divisie en een Civiele Divisie opgedeeld. Tussen de twee divisies is geen verschil in rang, wanneer een militair voor verdiensten in het leger een MBE met een zilveren middenstreep (kenmerk van de Militaire Divisie) heeft ontvangen zal deze na verdiensten in het burgerleven worden vervangen door een OBE van de Civiele Divisie, zonder de middenstreep.

Het was de intentie van George V dat de Orde van het Britse Rijk na de oorlog in brede kring zou worden toegekend. Zo werd de Orde van het Britse Rijk de tegenhanger van orden als de Orde van Oranje-Nassau in Nederland.

De eerste versierselen droegen een afbeelding van Britannia in het medaillon. In 1935 werd zij vervangen door de gekroonde portretten van George V en koningin Mary. De onderscheiding werd in eerste instantie overal in het Britse rijk verleend, toen de regeringen van de dominions Canada en Australië bezwaar gingen maken tegen het verlenen van Britse adeldom aan hun onderdanen werden daar eigen onderscheidingen, waaraan geen adeldom is verbonden, ingevoerd. In Nieuw-Zeeland werd jarenlang wèl benoemingen gedaan maar ook daar is de nu een eigen onderscheiding ingevoerd. In Papoea-Nieuw-Guinea worden op voordracht van de premier van dat land nog wel benoemingen, soms ook in de twee hoogste graden met hun automatische verheffing in de adelstand, gedaan.

Het aantal gedecoreerden in de twee laagste graden is onbeperkt en ieder jaar mogen worden er maximaal 858 officieren en 1464 leden benoemd. Het aantal leden in de hogere graden van de orde is wel aan limieten gebonden. Volgens de statuten zijn er 100 grootkruisen, 845 ridders-commandeur en 8960 Commandeurs.
Opvallend is dat de meeste benoemingen in de twee hoogste graden honorair en zijn en dus in het buitenland worden toegekend. De graad van dame-commandeur is daarentegen de meest gebruikelijke wijze om een dame in de adelstand te verheffen. Waar een belangrijke rechter als Knight Bachelor wordt geridderd zal de Britse regering zijn vrouwelijke collega in een van de twee hoogste graden in de Orde van het Britse Rijk opnemen.

In 2004 werd een rapport van Hayden Phillips over de orde door een commissie van het Lagerhuis besproken. De parlementariërs pleitten voor een naamsverandering; “Order of British Excellence” zou beter in deze tijd passen en “companion” in plaats van “Commander” zou minder militaristisch klinken. Deze aanbevelingen werden door de regering niet overgenomen.
De aanbeveling van Sir Hayden om net als in Europese landen (en Canada) een draagteken (knoopgatversiering) voor op de revers in te voeren werd in 2007 gerealiseerd. De regering koos niet voor een systeem met rozetten en gouden en zilveren galons zoals in Nederland gebruikelijk is maar voerde een rozet in dat door alle rangen èn de medailles zal mogen worden gedragen.
De heraldiek en het ceremonieel van de orde van het Britse Rijk
Wapenschild van een Ridder Commandeur de Orde van het Britse Rijk.
de chaton of geborduurde ster van de grootkruisen wordt op de mantel bevestigd.

Anders dan Nederland en België heeft het Verenigd Koninkrijk strenge en in de wet vastgelegde regels voor de heraldiek. Niet iedereen mag een wapen voeren. Het onbevoegd voeren van een wapen en het onbevoegd gebruiken van een heraldisch privilege, zoals het in het wapen opnemen van pronkstukken kan worden vervolgd. Daarop wordt in Engeland en Wales toegezien door de Earl Marshall, in Schotland is een eigen heraldische autoriteit, een wapenkoning die de Lord Lyon King of Arms wordt genoemd belast met toezicht op de heraldiek en het onbevoegd gebruik van wapens en pronkstukken.

Aan de Orde van het Britse Rijk zijn heraldische privileges en gebruiken verbonden. De grootkruisen mogen de keten om hun wapenschild hangen. Grootkruisen en commandeurs hangen rond hun wapen ook een ronde band, “circlet” genoemd, met het motto van de orde. Deze circlet wordt naar het uitkomt rond of gedeeltelijk achter het wapen geplaatst. De ridders en dames-commandeurs hangen hun kleinood aan een lint onder de circlet.

Grootkruisen mogen twee schilddragers in hun wapen plaatsen. Andere leden van de orde geven het kleinood van de orde een passende plaats in hun wapen. Het is niet ongebruikelijk om een kruis van een van een van de twee lagere graden in de Orde van het Britse Rijk naast of schuin boven het schild af, op een “eervolle plaats” te beelden[3].

In het Verenigd Koninkrijk zijn de ridderorden, anders dan in de meeste landen op het vasteland van Europa, nog steeds levende organisaties die bijeen komen en plechtigheden vieren. De orde heeft sinds 1966 een kleine kapel in de crypte van Saint Paul’s in Londen. Eens in de vier jaar komt de orde in het schip van de kathedraal bijeen en dan worden de nieuwe grootkruisen plechtig geïnstalleerd. De plechtigheid gaat met veel pracht en praal gepaard, de Britse koningin en de ridders- en dames-grootkruis dragen bij die plechtigheid hun rozerode mantels en hun gouden keten. De officieren van de orde en de geestelijken worden ook prachtig gekleed. In de grote kathedraal zijn dan 2000 van de ongeveer 100 000 leden van de orde toegelaten. Ook zij dragen bij die gelegenheid hun versierselen op jaquet of uniform[4]. De bescheiden kapel is met symbolen van de Orde van het Britse Rijk versierd maar er wordt geen gelegenheid gegeven om de banieren en wapenschilden, zwaarden en helmen met helmtekens op te hangen zoals bij de Orde van het Bad of de Orde van de Kousenband.



Totaal aantal graven
689
Totaal geadopteerd
24


Laatste updates
Macpherson, J.B.A.
Proctor, F.
Marrows, B.
Harvey, B.M.
Thomas, B.H.
Harries, D.H.
Mowforth, E.C.
Greening, J.L.
Venneear, S.A.
Hass, M.L.V.

Share This